Sociaal verwarmingsfonds

Sociaal Verwarmingsfonds  (Link naar verwarmingsfonds)

Wat is het?

De vzw Sociaal Verwarmingsfonds komt voor een deel tussen in de betaling van de verwarmingsfactuur van personen die zich in een moeilijke situatie bevinden.
Het Fonds komt het gehele jaar door tussen. Het gaat om de factuur betaald voor:

huisbrandolie

lamppetroleum (type c)

bulkpropaangas

 NIET VOOR:

aardgas via aansluiting op het stadsdistributienet

propaangas in flessen

butaangas in fles

Wie heeft er recht op?

Categorie 1 : personen met recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming van de ziekte- en invaliditeitsverzekering

Tevens is vereist dat het jaarlijks bruto belastbaar inkomen van het huishouden lager of gelijk is aan € 18.730,66 verhoogd met € 3.467,55 per persoon ten laste*.

Er dient geen inkomensonderzoek gevoerd te worden in volgende gevallen:

wanneer het huishouden bestaat uit een alleenwonende persoon (met of zonder kinderen ten laste) die geniet van het RVV-statuut;

wanneer alle leden van het huishouden genieten van het RVV-statuut
 

Categorie 2 : personen met begrensd inkomen

Huishoudens met een jaarlijks bruto belastbaar inkomen lager of gelijk aan € 18.730,66 verhoogd met € 3.467,55 per persoon ten laste. Er wordt hierbij rekening gehouden met het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen (x3) van de onroerende goederen buiten de gezinswoning.
 

Categorie 3 : personen met schuldoverlast

In de derde categorie gaat het om personen die aan volgende dubbele voorwaarde voldoen :

personen die een schuldbemiddeling of een collectieve schuldenregeling genieten (Cf. wet 12/6/1991 op het consumentenkrediet; art. 1675-2 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek)
en 
die bovendien de verwarmingsfactuur niet kunnen betalen.

Met persoon ten laste wordt bedoeld een lid van het huishouden van de gerechtigde met een netto jaarinkomen, zonder de gezinsbijslag en het onderhoudsgeld voor kinderen, dat lager is dan € 3.270.

Per huishouden en per verwarmingsperiode kan er maximum 1.500 liter brandstof in aanmerking genomen worden voor de toekenning van een verwamingstoelage.

Voor de grote hoeveelheden geleverde brandstoffen schommelt het bedrag van de toelage tussen 14 cent en 20 cent per liter en de maximumtoelage per huishouden is 300 €.

De laatste jaren bedraagt de maximum toelage per huishouden 210 €.

Wat moet u doen?

Indien u denkt recht te hebben op steun van het Sociaal Verwarmingsfonds, moet u contact opnemen met het OCMW van uw gemeente binnen de 60 dagen na de levering.

Alleen de OCMW's kunnen een beslissing nemen inzake individuele dossiers.
Er kan een beroep ingesteld worden tegen de beslissing van het OCMW bij de Arbeidsrechtbank.

Het OCMW zal u volgende documenten vragen:

In ieder geval een kopie van de leveringsfactuur of -bon.

Indien u behoort tot categorie 1 :

uw identiteitskaart op vraag van het OCMW, het bewijs van het gezinsinkomen (het meest recente aanslagbiljet, de meest recente loonfiche, het meest recente attest van een ontvangen sociale uitkering, …)

Indien u behoort tot categorie 2 :

uw identiteitskaart op vraag van het OCMW, het bewijs van het gezinsinkomen (het meest recente aanslagbiljet, de meest recente loonfiche, het meest recente attest van een ontvangen sociale uitkering, het bewijs van kadastraal inkomen van onroerende goederen buiten de gezinswoning, …)

Indien u behoort tot categorie 3 :

uw identiteitskaart de beslissing van toelaatbaarheid van de collectieve schuldenregeling of een attest van de persoon die de schuldbemiddeling verricht

elk document ( gezinsinkomen, lopende kosten, ...) die het OCMW toelaat in het sociaal verslag te beoordelen "niet in staat te zijn de verwarmingsfactuur te betalen"
Gratis telefoonnummer 0800/90 929

Addthis: